Visie op Berendrecht en Zandvliet in 2040
2015 - Hoe zien Berendrecht en Zandvliet er over 25 jaar uit? Niemand die het exact weet. Wel is er nagedacht over de richting waarin beide dorpen tegen 2040 het best evolueren. Die visie is neergeschreven in een structuurschets.
4 strategische verhaallijnen
De structuurschets is een plan waarin de kwaliteiten van Berendrecht en Zandvliet worden versterkt door een evenwicht te zoeken tussen wonen, werken, leren, spelen en ontspannen. Ook voor natuur, industrie, cultuur en landbouw moet ruimte blijven. Er zijn vier strategische verhaallijnen: de dorpen op het landschap, het huis in het dorp, de dorpen en de haven, de dorpen en de stad.
Bij elke verhaallijn: geeft de schets aan wat er gebeurt als we niets doen, worden een aantal acties opgegeven en wordt samengevat hoe Berendrecht en Zandvliet er met de acties zullen uitzien in 2040.
Download de uitgebreide documenten hier.
1. De dorpen op het landschap
De eerste verhaallijn uit de structuurschets Berendrecht-Zandvliet.
Wat als we niets doen?
De dorpen Berendrecht en Zandvliet liggen op een bijzondere plaats: op de overgang van de vallei van de Schelde en de zandrug van de Brabantse Wal.
- De kwaliteit van de verschillende landschapstypes verlaagt door versnippering van de gronden, infrastructuurwerken, het uitdijen van de bebouwing en een tanende landbouw.
- De biodiversiteit neemt af door het gebrek aan landschappelijke verbindingen.
- De klimaatverandering brengt meer water naar de dorpen en de facturen voor leidingen en pompen drukken steeds zwaarder op de overheidsuitgaven.
- Boeren gooien de handdoek in de ring want landbouw is niet langer rendabel, de braakliggende gronden worden enkel gebruikt voor hobbylandbouw of liggen te prooi aan speculatie.
Acties en toekomst
- De landschappen van Berendrecht en Zandvliet bepalen de identiteit van de dorpen. De landschappen worden daarom gekoesterd en waar nodig versterkt.
- De ontbrekende verbindingen in het padennetwerk tussen de dorpen met hun karakteristieke ‘landschapskamers’ en omringende landschappen worden terug geactiveerd. In de kamers - dit zijn de grote open ruimtes tussen de woningen - is er plaats voor sport, spel en ontmoeting. De openheid, zichten en verbindingen van en tussen de kamers worden scherper zichtbaar gemaakt.
- Het bekenlandschap wordt weer beleefbaar en bovengronds gehaald. Dit behoort immers ook tot het cultuurhistorisch erfgoed van de dorpen! Door de beken boven het peil van het Schelde-Rijnkanaal te houden, wordt het regenwater gewoon afgevoerd, zodat er minder moet gepompt worden. Dit bespaart kosten en zorgt er voor dat op de hoge delen meer regenwater wordt vastgehouden. Het vasthouden van regenwater middels retentie en infiltratie wordt gestimuleerd. Ook worden afspraken gemaakt over het ruimen van de grachten.
- De open ruimte van de Kabeljauwpolder wordt voor landbouw behouden. Versnipperd gelegen kavels worden aaneengeschakeld en boeren krijgen de ruimte om te ondernemen. Opstallen worden transformeerbaar en mogen een andere functie krijgen. Daarnaast worden agrarische kavels gekoppeld aan de ontwikkeling van het recreatief netwerk. Er is ruimte voor alternatieve vormen van landbouw zoals plukboerderijen en zorgvuldig ingepaste collectieve moestuinen of paardenweides. Tot slot wordt er actief beleid gevoerd om de verbetering van de biodiversiteit in het gebied te bevorderen.
2. Het huis in het dorp
De tweede verhaallijn uit de structuurschets Berendrecht-Zandvliet.
Wat als we niets doen?
- De open ruimte slibt steeds verder dicht.
- De laatste mogelijkheden in de woongebieden worden uitgeput met klassieke gezinswoningen op individuele kavels of een verkaveling met twee onder een kap. De in onbruik geraakte hoeves worden verbouwd tot landelijke villa’s of worden vervangen door een kleine verkaveling.
- Nieuwe voorzieningen worden ingepast op willekeurige kavels, met meer versnippering en parkeeroverlast tot gevolg.
- De kleine en middelgrote ondernemingen blijven in de dorpen, maar ze kunnen niet groeien.
Acties en toekomst
- Het historisch karakter en het landschap vormen het kapitaal van de dorpen. De stallen, schuren en boerenhuizen zijn verbonden met de geschiedenis van dit landschap en moeten zo goed mogelijk bewaard worden en hun poortfunctie naar het landschap behouden.
- Om het residentieel aanbod te diversifiëren mag er nog gebouwd worden binnen de landschapskamers (= de open ruimte tussen woningen), op voorwaarde dat er gekozen wordt voor nieuwe woonvormen die het kamerlandschap versterken en een zekere mate van collectiviteit (gezamenlijk gebruik) in zich dragen.
- Nieuwe functies die mensen samen kunnen gebruiken worden ingeplant bij de bestaande voorzieningen. Dit levert voordelen op naar bereikbaarheid en het delen van infrastructuur en zorgt ervoor dat de bestaande kernen zich kunnen vernieuwen.
- De bestaande zachte paden kunnen door het herstellen van de ontbrekende verbindingen uitgebouwd worden tot een sterk netwerk voor traag verkeer (fietsers, wandelaars, ruiters). De vele open ruimtes langs het netwerk kunnen mits enkele kleine ingrepen aantrekkelijker gemaakt worden om te bewegen en te ravotten.
- Het parkeren wordt gegroepeerd om de parkeerdruk in smalle straten te verlichten. Hiervoor wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van al bestaande infrastructuur.
- Ondernemen binnen de dorpen moet ruimte krijgen. Voor de ontwikkeling van een KMO-zone kan er ook samenwerking gezocht worden met een buurgemeente.
3. De dorpen en de haven
De derde verhaallijn uit de structuurschets Berendrecht-Zandvliet.
Wat als we niets doen?
- Hoewel de dorpen aan het water liggen, wordt er amper gebruik van gemaakt. Het kanaal behoort exclusief tot de wereld van de haven.
- De fietsende werknemers in de petroleumhaven verliezen dagelijks veel tijd omdat ze moeten omrijden via de Noordlandbrug.
- Het nieuwe containerpark wordt aangelegd bij de snelweg om het afval snel te kunnen afvoeren met vrachtwagens.
- De chemische bedrijven hebben een overschot aan energie, maar de dorpen maken er geen gebruik van.
Acties en toekomst
- Het Schelde-Rijnkanaal kan een as worden in het personenvervoer naar de stad en de haven. Een aanmeerplaats kan het beste gekoppeld worden aan het fietsnetwerk.
- De aanleg van het wachtdok voor binnenschippers aan de Noordlandbrug is een interessante kans om een dorpsdok met milieupark te realiseren.
- De bewoners van de dorpen trekken de kaart van de duurzame energie, maar verkiezen technieken die geen bedreiging vormen voor de woonkwaliteit. Windmolens zijn prima in de haven maar niet welkom in de dorpen. Er liggen kansen in het opslaan van warmte in de bodem, energie winnen uit het kanaalwater en de waterzuiveringsinstallatie. Op lange termijn willen de dorpen energie halen uit de industriële activiteiten in de haven.
- Maar de bewoners willen vandaag ook zelf aan de slag: met kleine initiatieven zoals moestuinen en repaircafés wordt vandaag al gewerkt aan een duurzame samenleving.
4. De dorpen en de stad
De vierde verhaallijn uit de structuurschets Berendrecht-Zandvliet.
Wat als we niets doen?
- De dorpen waren historisch de groentetuin van de stad, maar worden steeds meer 'slaapdorp'. Door het gebrek aan interesse sluiten de laatste cafés en eetgelegenheden hun deuren en moeten de bewoners in de omgeving op zoek naar voorzieningen.
- Voor verplaatsingen buiten de dorpen springt men liefst in de auto, want het fietsnetwerk is onvoldoende uitgebouwd.
- Jaarlijks bezoeken duizenden toeristen de haven en het Grenspark, maar door een gebrek aan initiatief en promotie kunnen de dorpen hier de vruchten niet van plukken.
Acties en toekomst
- De stad Antwerpen en de dorpen Berendrecht en Zandvliet profiteren van elkaars nabijheid.
- De grote landschappen rond de dorpen, Grenspark de Zoom - Kalmthoutse Heide, Project Havenland, de Zouten, Opstalvallei en Kabeljauwpolder bieden in combinatie met het cultuurhistorisch erfgoed een aantrekkelijke uitloop voor stad en dorp.
- De landschappen worden met behulp van recreatieve poorten (onthaalvoorzieningen, zitbankjes, startpunten voor wandel- en fietsroutes,...) duidelijker geadresseerd en vindbaar. Deze poorten zijn gekoppeld aan publiek transport (watertaxi, snelbus, bushalte NL) en aan recreatieve pleisterplaatsen (zoals een restaurant, zwemvijver, evenementenweide, tulpenpluk, manege, overnachtingsfaciliteiten).
- Landschappelijk zwakke schakels en ontbrekende verbindingen (oftewel ‘missing links’) in het zachte padennetwerk tussen dorp stad en landschap (zoals het polderfietspad en de route naar Oud- Broek) worden aangelegd en aangesloten op regionale fiets-, ruiter-en wandelpaden (zoals de Napoleonroute).
- Ook wordt ‘Het rondje dorp’ geïntroduceerd: een ringvormig fietspad dat de landschappen met de dorpen en de recreatieve poorten verbindt.
- De Zouten wordt ontwikkeld als onderdeel van Project Havenland met aanlegsteigers, verbindingen met het achterland, zicht op het in- en uitsluizen, balkons op de Berendrechtsluizen en op de Opstalvallei.
- Op de zandgronden wordt aan het bestaande aanbod van recreatieve voorzieningen (vakantiehuisjes, campings) een luxe segment toegevoegd.
- De Stoppelbergen wordt gebruikt voor meer intensieve recreatie en vertuining wordt hier tegengegaan.
- Voorzieningen voor paarden worden waar mogelijk gebundeld en ruiters verenigen zich om gezamenlijk een deel van het beheer van paden en laaghangende takken op zich te nemen. In ruil hiervoor leggen Staatsbosbeheer en Grenspark de Zoom - Kalmthoutse Heide extra ruiterpaden aan.
Hoe kwam de structuurschets tot stand?
Een klankbordgroep met bewoners van Berendrecht en Zandvliet en enkele deskundigen bediscussieerden de toekomst van de dorpen. Het studiebureau '1010 - aaa - Boomlandscape' goot alles in 2015 in een structuurschets.