Luchtkwaliteit in kaart

De Antwerpse luchtkwaliteit in beeld

De stad Antwerpen laat op regelmatige basis gemodelleerde kaarten opmaken van de luchtkwaliteit op haar grondgebied. Aan de hand van die kaarten kan u afleiden of de maatregelen die de stad en andere overheden reeds namen, werken. De kaarten zijn ook een goede basis om de toekomst van de luchtkwaliteit in de stad te voorspellen. Ze helpen beleidsmakers beslissen over welke maatregelen nog meer nodig zijn om de volksgezondheid en het leefmilieu te beschermen. De kaarten tonen aan dat de luchtkwaliteit in de stad stelselmatig verbetert, maar dat er nog te veel verontreiniging is in straten met druk verkeer

Waarom dit project?

Europa en de Wereldgezondheidsorganisatie hanteren maximale concentraties in de buitenlucht voor een hele reeks luchtverontreinigende stoffen. Landen en steden moeten er alles aan doen om onder die grenswaarden te blijven. Door daarvoor maatregelen uit te werken, beschermen ze de volksgezondheid en het leefmilieu.

Luchtverontreiniging kent heel wat oorzaken. Het verkeer springt het meest in het oog, maar ook de verwarming van huizen en industriële activiteiten dragen bij tot de concentraties fijn stof en andere vervuilende stoffen in de buitenlucht. Ook de uitstoot in andere regio’s en het buitenland beïnvloedt dagelijks de Antwerpse luchtkwaliteit. De stad werk daarom nauw samen met het Antwerpse havenbedrijf, de Vlaamse Milieumaatschappij en de Vlaamse overheid aan maatregelen die de luchtkwaliteit verbeteren.

Antwerpen beschikt over een meetnet om de actuele luchtkwaliteit in kaart te brengen. Omdat het echter onmogelijk is om op alle plaatsen te meten, zijn gemodelleerde luchtkwaliteitskaarten nodig om een globaal beeld te krijgen van de gemiddelde luchtkwaliteit in de stad. Hieronder worden een paar wetenschappelijke termen gebruikt. Meer uitleg hierover vindt u onderaan bij ‘Terminologie’.

Wat gebeurt er?

In 2018 liet de stad Antwerpen nieuwe modelkaarten maken voor stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10 en PM2,5), zwarte koolstof (BC) en elementaire koolstof (EC). Er is voor elk van deze vervuilende stoffen een kaart van het referentiejaar 2016 en het toekomstjaar 2020 opgemaakt. 2016 is het jaar vóór de invoering van de lage-emissiezone (LEZ). Vanaf 2020 zullen nog strengere toegangsvoorwaarden gelden voor de LEZ. Die impact wordt in de toekomstkaart meegenomen.

Om de kaarten op te maken werden de voor Vlaanderen best beschikbare modeltechnieken en invoerdata gebruikt. De uitstoot van wegverkeer, scheepvaart en grote industriële puntbronnen zijn in detail gemodelleerd. De uitstoot van andere bronnen binnen en buiten Antwerpen is via de achtergrondconcentraties in rekening gebracht. Dit model laat ook toe om die straten waar de luchtverontreiniging langer blijft hangen omwille van de relatief hoge bebouwing, de zogeheten street canyons, beter in beeld te brengen.

Hoe worden de kaarten gemaakt?

De luchtkwaliteitskaarten zijn gemaakt aan de hand van wiskundige modellen die metingen van de Vlaamse Milieumaatschappij combineren met kennis over onder meer windrichtingen, de bebouwing, de gemiddelde verkeersdrukte en gemiddelde uitstoot van het wagenpark. De metingen van het Curieuzeneuzen-meetproject in 2016 dienden om die wiskundige modellen nog te verbeteren.

Wordt de luchtkwaliteit beter?

De kaarten tonen een duidelijke verbetering van de luchtkwaliteit tussen 2016 en 2020. De daling van luchtverontreiniging is het sterkst nabij de drukke wegen en in de street canyons, maar ook de achtergrondconcentraties dalen. Belangrijke verklaring voor de verbetering in luchtkwaliteit tussen 2016 en 2020 is de verwachting dat nieuwere voertuigen minder zullen uitstoten dan oude. 
Volgens deze kaarten zal de jaargemiddelde Europese norm (zelfde als WHO-advieswaarde) voor stikstofdioxide (NO2) tegen 2020 vooral nog overschreden worden nabij snelwegen en drukke street canyons. 

Voor fijn stof blijven de jaargemiddelde concentraties op de meeste plaatsen ruim onder de Europese normen. Maar op sommige dagen is het nog steeds mogelijk dat er meer vervuilde deeltjes in de lucht hangen dan toegelaten. De fijnstofconcentraties zijn, net zoals in de rest van Vlaanderen, hoger dan de strengere WHO-advieswaarde , maar komen in grote delen van de stad wel in de buurt van die waarde. Voor EC en BC bestaan er nog geen normen. 

Toepassing van de luchtkwaliteitskaarten

De resultaten van deze studie zullen dienen als basis voor adviesverlening bij stadsontwikkelingsprojecten en voor de bepaling van (beleids)maatregelen om de luchtkwaliteit in de stad te verbeteren en de blootstelling van inwoners en bezoekers aan luchtverontreiniging te beperken. 

De nieuwe prognosekaart voor stikstofdioxide voor 2020 zal vanaf nu ook de basis zijn voor de toepassing van het beoordelingskader luchtkwaliteit en omgevingslawaai. Dat kader dient om, geval per geval, een gedetailleerd advies op te maken en milderende maatregelen voor te stellen bij de inplanting van nieuwe of de uitbreiding van bestaande scholen en kinderdagverblijven .

Hoewel de modelkaarten een verbetering tonen, moeten ze met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Soms zullen de kaarten een onderschatting geven van de werkelijke luchtverontreiniging omdat voor bepaalde straten de verkeersintensiteit niet in detail gekend is. Op andere plaatsen kan de luchtkwaliteit beter zijn dan wat de kaarten voorstellen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn in verkeersluwe straten of in de achtertuinen, of op plaatsen waar intussen maatregelen zijn genomen. 

Terminologie

Fijn stof

‘Fijn stof’ (ook wel PM voor ‘particulate matter’) is een verzamelnaam voor kleine deeltjes die in de lucht zweven als gevolg van verbrandingsprocessen of slijtage van banden, remmen en wegen. Sommige worden rechtstreeks uitgestoten (‘primair’ fijn stof) en andere zijn het resultaat van chemische reacties in de lucht (‘secundair’ fijn stof). Alle deeltjes kleiner dan honderd micrometer (𝜇m) gelden als fijn stof. Hoe fijner het deeltje, hoe dieper het in het lichaam terechtkomt wanneer het wordt ingeademd. Fijnere deeltjes zijn dus schadelijker. Deeltjes kleiner dan tien 𝜇m (PM10) veroorzaken gezondheidsschade.

De Europese Unie legt maxima op voor hoeveel PM10 en PM2,5 (deeltjes kleiner dan 2,5 µm) er in de lucht mag hangen. Op jaarbasis mag er gemiddeld niet meer dan 40 𝜇g PM10 en 25 µg PM2,5 per kubieke meter aanwezig zijn. Per dag wisselen die waarden natuurlijk. De EU schrijft voor dat er maximaal 35 dagen per jaar meer dan 50 𝜇g/m³ in de lucht mag hangen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft haar eigen maxima. Daar is de advieswaarde voor het jaargemiddelde aan PM10 maar 20 𝜇g/m³ en aan PM2,5 maar 10 𝜇g/m³.

Elementair koolstof

‘Elementaire koolstof’ en zwarte koolstof zijn twee vormen zeer fijn stof, die beiden ook wel ‘roet’ worden genoemd. De grootste uitstoters van roet zijn huishoudens en dieselmotoren. Omdat het zulke fijne deeltjes zijn, zijn roetdeeltjes erg schadelijk voor de gezondheid. Samen met het roet komen andere gevaarlijke stoffen in het lichaam terecht. Dat veroorzaakt schade aan hart- en bloedvaten en de luchtwegen.

Stikstofdioxide

Stikstofdioxide (NO2) komt vrij bij verbrandingsprocessen op hoge temperatuur, zoals in verbrandingsmotoren. De dioxides veroorzaken de vorming van fijn stof en leiden tot ademhalingsproblemen. Europa en de WHO legt een norm op voor een gemiddelde waarde per jaar van maximaal 40 𝜇g/m³.

Wie werkt eraan mee?

De luchtkwaliteitskaarten zijn gemaakt door VITO nv in opdracht van de stad Antwerpen.
De luchtkwaliteit wordt getoetst aan de Europese richtlijn betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht in Europa (2008/50/EG van het Europees Parlement en de Europese Raad van 20 mei 2008).

Gerelateerde projecten

Wij gebruiken cookies om de gebruikservaring te verbeteren. Lees meer