Duurzaam wonen in de stad

stad Antwerpen

Duurzaam wonen in een groeiende stad

In stad Antwerpen worden een aantal nieuwe wijken gebouwd. Het worden duurzame wijken met veel aandacht voor het milieu en de leefbaarheid, zowel op het niveau van de wijk als op het niveau van de individuele woning.

Waarom dit project?

De bevolking van Antwerpen neemt toe. Dat tonen de cijfers zwart op wit aan. Zowel door de stijgende geboortes, als door migratie en toenemende vergrijzing. Volgens de prognoses zal tegen 2030 de bevolking in Antwerpen zijn toegenomen tot een totaal van 560.000 à 715.000 inwoners, afhankelijk van het scenario dat gevolgd wordt. Dat leidt tot een stijgende vraag naar woningen.

Wat gebeurt er?

Op verschillende locaties in de stad worden nieuwe wijken ingepland. Denk maar aan Nieuw Zuid, Groen Zuid, Regatta, Cadix en het Groen Kwartier. Ze worden duurzaam gebouwd volgens het ambitieuze klimaatbeleid van de stad Antwerpen, dat de globale klimaatopwarming wil tegengaan.  Zo wil de stad tegen 2020 de CO2-uitstoot reduceren met 30% ten opzichte van 2005.

Meer info

Deze nieuwe wijken zijn anders dan traditionele wijken omwille van deze zes basisaspecten:

1. Een doordachte inplanting
2. Bereikbaarheid en mobiliteit in een autoluwe woonwijk
3. Een natuurlijk waterbeheer
4. Gebruik van duurzame en ecologische materialen met aandacht voor de natuur
5. Energiezuinig wonen
6. Een doordachte organisatie van wijk en woning voor een optimaal leefcomfort

1. Een doordachte inplanting

  • Een duurzame wijk in de stad wordt aangelegd in (de directe nabijheid van) een bestaande woonzone. Zo legt de nieuwe wijk geen bijkomende druk op de schaarse vrije gronden en wordt de bestaande stadswijk verder verdicht of voorzien van nieuwe functies en voorzieningen (zoals een sporthal, een bibliotheek of kinderopvang).
  • Bij het ontwerpen van een nieuwe wijk wordt rekening gehouden met bestaande structuren, zoals paden, groenvoorziening, gebouwen en verhardingen. 
  • Waar mogelijk en/of noodzakelijk worden bestaande gebouwen gerenoveerd en krijgen ze een nieuwe bestemming.
  • De nood aan publieke voorzieningen (zoals scholen, openbaar vervoer, en kinderopvang), maar ook aan winkels, horecagelegenheden enzomeer in de nieuwe wijk wordt in kaart gebracht.  Samen met het reeds bestaande aanbod in de omliggende wijken wordt bekeken waar de nodige voorzieningen het best komen of aan welke voorziening het meeste nood is. Op die manier wordt de afstand van de woning tot aan bijvoorbeeld de sportclub kleiner en kan u zelfs met de fiets of te voet gaan. Geen files en meer tijd om leuke dingen te doen.
  • Ook het groen in de wijk is belangrijk. Vooraleer er bepaald wordt waar er gebouwd wordt, wordt onderzocht welke bomen en planten kunnen blijven. De bestaande biodiversiteit op de site (onder meer bomen en struiken) wordt zoveel mogelijk behouden en waar mogelijk nog aangevuld met nieuwe aanplanting van inheemse soorten.
  • Een doordacht wijkontwerp laat toe om de energievraag van de wijk en haar omgeving te optimaliseren en biedt kansen voor uitwisseling van energieoverschotten.
  • Bij de gefaseerde uitvoering van een nieuwe woonwijk, wordt steevast rekening gehouden met de leefbaarheidzodat de werkzaamheden voor zo weinig mogelijk last zorgen bij omwonenden en nieuwe bewoners.
  • Bij de opbouw van de wijk en de geclusterde woningen wordt er rekening gehouden met de lucht- en geluidskwaliteit ter plaatse. Dat kan door een juiste positionering en oriëntatie en het doordacht inplanten van groen als buffer

 

2. Bereikbaarheid en mobiliteit in een autoluwe woonwijk

  • Een duurzame wijk is gemakkelijk bereikbaar met de fiets, het openbaar vervoer en de wagen, maar wordt bewust autoluw gehouden in de woonzones zelf ten voordele van de woon- en leefkwaliteit.
  • In een nieuwe woonwijk geldt het STOP-principe: zoveel mogelijk Stappen, Trappen (fiets), het Openbaar en collectief vervoer gebruiken en daarna pas de Personenwagen van stal halen.
  • De woonwijk bestaat uit fietspaden en woonerven gericht op voetgangers en fietsers. Auto’s zijn er te gast.
  • Alle voorzieningen (scholen, winkels, horeca, enz) zijn vlakbij en de wijk bevindt zich op wandel- en fietsafstand van het treinstation en de bus- of tramhalte. Zo blijft de auto vaker thuis staan, of wordt die zelfs overbodig. Goed voor het milieu en de portemonnee.
  • Bovengronds kan er enkel beperkt geparkeerd worden, deze parkeerplaatsen zijn  gericht op de bezoekers van de nieuwe wijk.
  • Auto’s van bewoners en werknemers staan in geclusterde parkings, al dan niet onder de nieuwe gebouwen om ruimte te besparen en op wandelafstand van de woning. Heeft u zelf een wagen? Bekijk dan zeker het parkeeraanbod in uw nieuwe wijk. Een parkeerplaats zit standaard niet inbegrepen in de aankoop van een woning, maar moet u er als optie bijkopen aangezien u uw wagen niet op straat kan parkeren.
  • Parkeerplaatsen worden voorzien al naargelang de behoefte van de bewoners en dubbelgebruik wordt zoveel mogelijk gepromoot. Zo kunnen de parkings van bijvoorbeeld kantoren of winkels na de werkuren door bewoners worden gebruikt. Ook dit is ruimtebesparend.
  • Er wordt plaats voorzien om autodelen, zoals bijvoorbeeld Cambio, mogelijk te maken. Ook elektrische oplaadpunten voor wagens behoren tot de mogelijkheden.

 

3. Een natuurlijk waterbeheer

  • Voor het uittekenen van de plannen voor de nieuwe woonwijk, wordt er een waterbeheersplan opgemaakt. Dat plan brengt de verschillende waterstromen op het terrein in kaart. Bestaande waterlopen kunnen op die manier geïntegreerd worden in het ontwerp.
  • Hemelwater wordt zo veel mogelijk opgevangen middels groendaken, voldoende groen in de wijk en door de verharding op wijkniveau en in de private tuinen te beperken. Op die manier kan het regenwater rustig insijpelen en terug verdampen op een natuurlijke wijze zodat het niet meteen wordt afgevoerd via de riolering.
  • Opgevangen regenwater kan ook gebruikt worden voor toiletspoeling, poetsen, wassen, waterkanon, subtropisch zwembad, …
  • Verspreid in de wijk worden wadi’s aangelegd. Wadi’s zijn ondiepe groene verzamelplekken voor natuurlijk water die geen geuroverlast veroorzaken. Ze verzamelen het regenwater en laten het langzaam terug opnemen door de bodem en  zorgen daarbij ook voor biodiversiteit en groen in de wijk. Bovendien kunnen ze ook de omgevingstemperatuur reguleren. Wadi’s zullen trouwens maar zelden echt onder water staan (enkel na hevige regen).

 

4. Gebruik van duurzame en ecologische materialen met aandacht voor de natuur

  • Bij de aanleg van straten en pleinen en bij de bouw van woningen is de nodige aandacht besteed aan de materiaalkeuze. Materialen moeten zowel ecologisch als economisch aanvaardbaar zijn. Dit zowel voor wat betreft de productie-impact als naar het onderhoud en de levensduur van de materialen toe. Ook de afstand tussen de productielocatie en de woonwijk is minimaal. Enkele gebruiksvoorbeelden: het gebruik van duurzame houtsoorten (FSC/PEFC), gerecycleerde materialen,  duurzame bouwmaterialen (NIBE), enzovoort.
  • Bij het opmaken van het verlichtingsplan voor de wijk wordt er aandacht geschonken aan het vermijden van lichtpollutie.
  • Uitgegraven grond wordt niet afgevoerd maar ter plaatse hergebruikt. Zo vermijd je CO²-uitstoot door transport van grote hoeveelheden uitgegraven grond. De aanwezige grond wordt, indien nodig, gesaneerd.

 

5. Energiezuinig wonen

  • De woningen worden gebouwd met als doel energiezuinig te zijn. Verwarmingsrekeningen zijn aanzienlijk lager dan bij een klassieke woning.
  • De gebouwen worden geclusterd gebouwd. Het resultaat is een optimale compactheid en minder schommelingen in de vraag naar energie, wat het energiegebruik extra zal doen afnemen.
  • Verwarmingsrekeningen zijn aanzienlijk lager dan bij een klassieke woning, waar een isolatiepeil rond K45 en een E-peil (maat voor energieprestatie) van E100 courant zijn. Bij een lage-energie woning ligt het isolatiepeil rond K30 en is er een E-peil van E60, waardoor het energieverbruik voor verwarming kleiner is dan 30 kwh/m². Een verwarmingsinstallatie blijft in dit geval wel noodzakelijk. Bij een passiefwoning is het energiegebruik voor verwarming kleiner dan 15 kwh/m², waarbij een algemene verwarmingsinstallatie niet meer nodig is, aangezien er bijna niet meer extra verwarmd moet worden.
  • Bij de aanleg van nieuwe wijken wordt bekeken of de aanleg van een warmtenet haalbaar en nuttig is.  Een warmtenet is een duurzaam alternatief voor het klassieke gasnet waarbij in plaats van gas warm water vervoerd wordt. Dit warme water wordt vervolgens gebruikt om de gebouwen te verwarmen. Daardoor is er op gebouwniveau geen verwarmingsinstallatie meer nodig. Een warmtenet is niet enkel energiezuiniger, het biedt ook mogelijkheden voor verdere verduurzaming zoals het benutten van industriële restwarmte. 

 

6. Een doordachte organisatie van wijk en woning voor een optimaal leefcomfort

  • Op wijkniveau is er zo veel mogelijk variatie in het woningaanbod qua grootte, type, budget en situering, met ruimte voor co-housing en kangoeroewonen, collectieve voorzieningen (fietsenstalling, wasplaats,…). Ook is er een aandeel  aan sociale en/of bescheiden woningen.
  • Op woningniveau gaat het over comfortabel en gezond wonen. Daarom wordt aandacht besteed aan zowel thermisch en akoestisch comfort als aan een goede binnenluchtkwaliteit.
  • Huisvuil wordt ondergronds opgeslagen, in zogenaamde ondergrondse sorteerruimten of 'sorteerstraatjes', die de stadsdiensten ledigen. Geen vuilnis op straat meer, wel een aangename wijk met een frisse uitstraling! Bovendien hoeft u uw huisvuil niet langer thuis te bewaren tot er een huisvuilophaling is, maar kan u het dagelijks deponeren in de sorteerruimten.

Wij gebruiken cookies om de gebruikservaring te verbeteren. Lees meer