Oosterweelverbinding, een kans voor archeologen.

Bouwen aan de toekomst is altijd een beetje graven naar het verleden.

De Oosterweelverbinding maakt de Antwerpse Ring rond en de Ring wordt overkapt. Bij dergelijke grote infrastructuurwerken wordt archeologisch onderzoek gedaan.

Waarom dit project?

Bij het Oosterweelproject zullen verschillende archeologische sites terug aan het licht komen. De archeologen van de stad weten dit uit eerdere opgravingen en onderzoek en zorgen ervoor dat nieuw onderzoek van bij de start mee een onderdeel uitmaakt van de werfplanning. 

Wat gebeurt er?

Procedure

De werken voor de Oosterweel verbinding volgen dezelfde procedure als andere bouwwerken. De archeologienota die een onderdeel uitmaakt van de omgevingsvergunning, brengt in kaart hoe er moet worden omgegaan met de archeologische waarden en sites. 

In een eerste fase brengt de archeologienota de archeologische waarden van het gebied in kaart. De belangrijkste doelstelling is het realiseren van een kenniswinst die relevant is voor de geschiedenis van Antwerpen. Vervolgens worden archeologische zones met hoge potentie geselecteerd voor vooronderzoek of begeleiding van de werken.

Er is reeds archeologisch onderzoek uitgevoerd in het kader van voorbereidende werken voor de Oosterweelverbinding.

Welke vondsten worden verwacht? 

Het projectgebied is onderverdeeld in verschillende deelzones, waarvan de archeologen ongeveer weten wat ze mogen verwachten. De opgravingen en het onderzoek dat hier plaatsvindt, is opgenomen in de planning van de Oosterweelwerf. Het is altijd mogelijk dat er nog onverwachte archeologische restanten zijn. Hiervan wordt op het moment zelf ingeschat, in hoeverre er tijd en ruimte is om dit verder te onderzoeken.  

Deelgebied 1: Kamp Tophat

Het kamp Tophat was een repatriëringskamp voor Amerikanen tijdens WO II.  Het werd eind 1945 opgericht ter hoogte van het huidige Sint-Annabos. De rechtlijnige lay-out van het kamp in kwadranten is nog steeds zichtbaar in het net van bospaden. Voor de aanleg van de derde Scheldekruising zal een deel van het kamp vernield worden. 

Om een correcte inschatting te maken van de nog aanwezige resten zijn in het voorjaar van 2016 en in de zomer  van 2017 enkele proefsleuven aangelegd. Bij dit onderzoek is de grote betrokkenheid van metaaldetectoristen belangrijk. Het onderzoek toonde aan dat nog diverse vondsten van het kamp aanwezig zijn in de ondergrond. Verder is een aanvang gemaakt met het in kaart brengen van de nog aanwezige restanten van allerlei gebouwen en infrastructuur van het kamp. De resultaten van deze onderzoeken worden gebruikt om tijdens de infrastructuurwerken gericht onderzoek te kunnen doen. Door behoud van het sint-Annabos zal overigens ook een groot deel van de kampzone onaangeroerd blijven.    

Deelgebied 2: Paleolandschap Linkeroever

Om de complexe bodemopbouw onder het Sint-Annabos in kaart te brengen is reeds een onderzoek uitgevoerd op basis van boorgegevens. Hieruit blijkt dat in de meeste delen van het gebied het oude polderlandschap goed bewaard is gebleven onder enkele meters Scheldeslib.

Het polderlandschap is gevormd door een complex van overstromingsafzettingen en veenlagen die doorsneden worden door geulen en welen. Dit is een goede ondergrond om archeologische vondsten en sites te bewaren. De archeologen lichten toe: 

  • Diepst gelegen bodemoppervlak: dit bevat restanten uit de late IJstijd en daarboven kunnen kampementen uit de Steentijd liggen. Dit oppervlak ligt nu metersdiep onder Scheldeafzettingen en veenlagen. 
  • In hogere bodemlagen kunnen archeologische resten voorkomen uit latere perioden.
  • In de geulen en welen kunnen dan weer allerlei resten uit diverse perioden voorkomen. Het meest spectaculaire voorbeeld zijn scheepswrakken die in op de bodem van deze oude waterlopen kunnen liggen.

Wat werd al onderzocht?

Tijdens de geplande werken zullen delen van de oude bodemlagen verstoord worden. Daarom is een booronderzoek uitgevoerd om na te gaan of sites uit de Steentijd voorkomen aan het oppervlak uit de late IJstijd. Het onderzoek focuste op de Steentijd omdat andere sites die mogelijk voorkomen in het gebied niet systematisch opgespoord kunnen worden met boringen. 

Resultaat

Het onderzoek leverde geen aanwijzingen op dat er grotere sites uit de Steentijd voorkomen.  Verspreide resten en kleine sites uit deze periode kunnen wel gemist zijn bij het onderzoek. Het is dus zeker niet uitgesloten dat nog (kleine) sites uit de Steentijd voorkomen of sites uit andere perioden. Door de aard van de verwachte sites en de zeer diepe ligging, is het echter niet zinvol om voorafgaand aan de werken bijkomend archeologisch onderzoek te doen naar dergelijke sites. Eventuele archeologische sites zullen daarom door archeologen opgespoord en onderzocht worden tijdens de graafwerken voor de Oosterweelverbinding.   

Deelgebied 3: Scheldetunnel

De derde Scheldekruising wordt gerealiseerd tussen het Sint-Annabos en het voormalige polderdorp Oosterweel. Om de tunnel te maken, dient eerst een zone van de Schelde uitgebaggerd te worden. Ook wordt de vaargeul tijdelijk verlegd. De Schelde is altijd belangrijk geweest voor de ontwikkeling en geschiedenis van Antwerpen. Het is dan ook bekend dat het Scheldeslib talrijke archeologische vondsten bevat die dateren uit de prehistorie tot heden. Het archeologisch onderzoek spits zich toe op het documenteren en recupereren van de archeologisch relevante vondsten, zoals bijvoorbeeld scheepswrakken. In de mate van het mogelijke gebeurde dit onderzoek voorafgaand aan de baggerwerken. 

Wat werd al onderzocht?

Inmiddels is het bodemoppervlak in de zones van de geplande baggerwerken gedetailleerd in de beeld gebracht, waarbij ook grotere objecten op de bodem in beeld zijn gebracht. De determinatie van deze objecten is echter moeilijk. In de buurt van de uit te baggeren zone is wel een ‘mogelijk scheepswrak’ opgemerkt. Op basis van de definitieve afbakening van de baggerwerken zal blijken of dit object vernield zal worden; indien dit het geval is wordt nagegaan of het daadwerkelijk een wrak betreft. 

Resultaat

Bij het uitgevoerde onderzoek zijn alleen grote objecten opgespoord die op de rivierbodem liggen. Het is onmogelijk om op een systematische manier kleine vondsten en objecten in de sliblagen op te sporen. Om praktische redenen zal archeologisch onderzoek dus vooral tijdens de baggerwerken moeten plaatsvinden.

Deelgebied 4: Fort Piémentel

Waar de Scheldetunnel bovenkomt op rechteroever, kruist deze het voormalige 17de-eeuws Fort Piémentel. Het fort is gelegen ten zuiden van het dorp Oosterweel en werd in de Tachtigjarige Oorlog gebouwd door de Spaanse gouverneur van Antwerpen (don Emmanuel de Piémentel de Ferie). Het fort werd in 1782 door keizer van het Heilige Roomse Rijk Jozef II verkocht aan het polderbestuur en is sindsdien gebruikt als weiland en landbouwgrond. 

Wat werd al onderzocht?

In de winter van 2017 zijn 2 grote sleuven gegraven om na te gaan in welke mate het fort nog bewaard is. Om praktische redenen was het alleen mogelijk de zones van de gracht rondom het fort te onderzoeken en niet het fortlichaam zelf.  Bij het onderzoek is vastgesteld dat nog resten van het fort in de ondergrond liggen. De omvangrijkste aangetroffen resten zijn enkel aangepunte houten palen in de voormalige gracht. Het betreft waarschijnlijk delen van een grachtbeschoeiing en mogelijk ook van de toegangsbrug over de gracht. Op basis van de jaarringen is het hout gedateerd in de 17de eeuw; wat de link met het fort bevestigt. 

Of nog verder onderzoek naar het fort kan gebeuren voorafgaand aan de werken is momenteel niet duidelijk. De daarvoor in aanmerking komende terreinen zijn momenteel immers niet beschikbaar voor onderzoek. Sowieso zal een deel van het fort pas tijdens de infrastructuurwerken onderzocht kunnen worden. 

Deelgebied 5: Oosterweeldorp

Momenteel is de Sint-Jan-de-Doperkerk van het voormalige polderdorp Oosterweel een eenzaam reliek in het geïndustrialiseerde havenlandschap. Sinds de 13de eeuw, bij het ontstaan van het dorp, is het gebedshuis reeds vermeld. Het kerkhof rondom werd halfweg de 19de eeuw geruimd voor de uitbreiding van de Antwerpse haven, waarvoor het gehele dorp onteigend is. Er zullen graafwerken plaatsvinden in enkele zones van het voormalige dorp. Voor zover hierbij resten verstoord worden, zullen deze archeologisch onderzocht worden. De grootste gebeurtenis die in en nabij het dorp plaatsvond is de Slag van Oosterweel, uitgevochten op 13 maart 1567. Deze historische veldslag is een belangrijke gebeurtenis in de aanloop naar de tachtigjarige oorlog. Mogelijk bevinden zich nog objecten of sporen van de veldslag in de bodem. Ook in de Schelde zijn mogelijk nog zaken te vinden die gelinkt zijn met deze historische gebeurtenis.

Deelgebied 6: Noordkasteel

Het ‘Noordkasteel’ is een enorm fort dat in de 19de eeuw is aangelegd tegen de Scheldeoever. De vesting was het sluitstuk van de Brialmontomwalling. Vandaag rest er van dit fort alleen nog de meest zuidelijke gracht en de wal tegen de Schelde. 

Geschiedenis

Bij de bouw van de nieuwe citadel werd het kleine Napoleontische Fort Ferdinand afgebroken. Het Noordkasteel werd enkele jaren later al deels verkocht aan de stad voor de aanleg van het Amerikdok. In 1910 werd het officieel ontheven van zijn militair karakter en is de gracht in gebruik genomen voor recreatieve doeleinden. 

Impact van de werken

Hoewel de werken voor de Oosterweelverbinding enkele delen van het fort doorsnijden, blijft het grootste deel van de resten nog intact. Een groot deel van de werken zullen immers plaatsvinden op het voormalige binnenplein van het fort, waar geen zichtbare resten meer aanwezig zijn. Uit archiefmateriaal blijkt bovendien dat op het binnenplein ooit afgravingen gebeurden, waarin later afval gestort werd. Deze ingreep zal uiteraard delen van het fort vernield hebben. De ligging, diepte en omvang van deze stortzone is echter niet geheel duidelijk op basis van archiefgegevens. 
Om na te gaan of aan het binnenterrein nog resten van het fort voorkomen,  zijn enkele proefsleuven gegraven. In deze proefsleuven zijn in de meeste zones vervuilde lagen van het afvalstort aangesneden tot diep onder het oppervlak. Het afval dateert rond de jaren 1920 – 1940. Het diepe voorkomen van de stortlagen toont aan dat het terrein afgegraven is voordat het afval gestort werd. Alleen direct tegen de nog bestaande wal van het fort zijn deze afvallagen niet aangetroffen.  

Resultaat

Op basis van dit onderzoek worden vooral stortlagen verwacht in de zone van het binnenplein. Verder archeologisch onderzoek met proefsleuven is dan ook niet zinvol. Gezien de omvang van de geplande graafwerken, valt echter niet uit te sluiten dat toch nog restanten van het fort worden aangesneden. De graafwerken zullen dan ook door archeologen opgevolgd worden. Daarnaast worden enkele zichtbare delen van het fort die doorsneden worden door het Oosterweeltracé verder gedocumenteerd.  

Deelgebied 7: Brialmontomwalling

De huidige Ring en Singel zijn aangelegd op de afgebroken restanten van de 19de-eeuwse Brialmontomwalling, waarvan ook het Noordkasteel deel uitmaakt. Begin 20ste eeuw leek de omwalling op militair vlak al gedateerd en werd ze in enkele fasen afgebroken. Een groot deel van het tracé van de Oosterweelverbinding ligt op deze voormalige omwalling. Hoewel delen van de omwalling al onderzocht zijn bij voorbereidende werkzaamheden, zullen delen ervan ook tijdens de werken nog onderzocht moeten worden.

Wie werkt er aan mee?

De archeologen van de stad Antwerpen. 

Meer info

Meer weten over de Oosterweelverbinding?  Kijk op Oosterweelverbinding.

Wij gebruiken cookies om de gebruikservaring te verbeteren. Lees meer